Cystische Fibrose

Cystische fibrose (CF) is een van de meest voorkomende erfelijke ziekten met een mogelijk dodelijk beloop. Het is een aandoening die overerfelijk is, waarbij 1 op 30 personen in Nederland drager is. Dit resulteert in 1 per 3600 pasgeborenen met CF. In Nederland zijn ongeveer 1200 patiënten die de aandoening CF hebben [1]. De mediane overlevingskans van CF-patiënten is ongeveer 30 – 40 jaar [1], [2].

Cystische fibrose is een autosomale recessieve ziekte die veroorzaakt wordt door mutaties in het ‘cystic fibrosis transmembrane conductance regulator’ (CFTR) gen op chromosoom 7. Het CFTR-gen is verantwoordelijk voor de synthese van het CFTR eiwit, een chloride kanaal [1], [3], [4]. Disfunctie van het CTFR-gen verstoord het chloridetransport in de epitheelcellen van de longen, het ademhalingssysteem, zweetklieren, alvleesklier en voortplantingsorganen. Dit resulteert in ernstige chronische aandoeningen zoals: ernstige chronische longziekte, zoutuitputting, alvleesklier insufficiëntie en onvruchtbaarheid [2], [4]. Het gen heeft meer dan 2000 bekende mutaties en tot op zekere hoogte beïnvloeden ze allemaal de eiwitfunctie [3]. Van een aantal honderd CFTR mutaties is aangetoond dat het resulteert in klassieke CF [4]. Indien de mutaties op beide allelen voorkomen, kan het leiden tot een afwijkende productie of functie van CFTR-gen [1].

Het is belangrijk om de mutaties gebaseerd op hun effect op het CF-eiwit te classificeren om een juiste keuze voor therapie te kunnen maken. De mutaties kunnen onderverdeeld worden in zes klassen. Klasse-I mutaties (nonsense, frameshift of gesplitste mutaties) produceren afgeknot RNA, wat resulteert in afwezigheid van CFTR-eiwit op het apicale membraan. Klasse-II mutaties veroorzaken een abnormale vouwing in het eiwit waardoor het wordt afgebroken door een kwaliteitscontrolemechanisme. Deze mutaties zijn het meest voorkomend in CF-patiënten, hiervan is CFRT mutaties F508del de frequentste. Bij klasse-III mutaties bereikt het CFTR-eiwit wel het membraam maar door abnormale regulatie van het chloridekanaal kan het niet goed openen (zie Figuur 1). Klasse-IV mutaties veroorzaken een verminderede chloridegeleiding dat resulteert in een misvormde CFTR-porie met een beperkte chloride-ionen stroom. Klasse-V mutaties leiden tot een verminderde productie van het CFTR-gen. Het CFTR wat wel geproduceerd wordt bereik het celoppervlak zoals normaal [1], [4].

Figuur 1: Classificatie van ‘cystic fibrosis transmembrane conductance regulator’ (CFTR)-mutaties. Het type mutatie en de positie ervan in het CFTR-gen bepalen de aard van het defect in de vorming of functie van het CFTR-eiwit. Bij klasse-I- en -II mutaties ontbreekt het CFTR-eiwit, bij klasse-III-mutaties kan het kanaal niet goed open, bij klasse-IV-mutaties is er een verminderde chloridegeleiding en een beperkte chloride-ionen stroom en bij klasse-V-mutaties is er verminderde productie CFTR [1].

Patiënten met mutaties uit de klasse IV en V wordt over het algemeen op latere leeftijd, ongeveer 12 jaar, de diagnose gesteld. Bij patiënten met mutaties uit de klasse I, II of III is de diagnose een stuk eerder, rond het 2-3e levensjaar. Na de F508del-mutatie komt in Nederland de A455E-mutatie (klasse V) het meeste voor. 

Cystische fibrose is een ongeneselijke ziekte, maar met de juiste behandeling kunnen de symptomen bestreden worden. Daarom is een vroege diagnose van CF belangrijk. Bij vroege diagnostisering kunnen de problemen zoveel mogelijk voorkomen worden. Ook hebben patiënten bijna een gelijke groei en voedingstoestand als gezonde kinderen, langer een goede longfunctie en minder invasieve behandelingen nodig als de diagnose vroeg gesteld wordt. In Nederland wordt sinds mei 2011 screening op CF meegenomen binnen het hielprikprogramma [5].

Vroeg een diagnose kunnen stellen is dus belangrijk en dit kan via een makkelijke weg gedaan worden middels de ViennaLab CF StripAssays®. Dit is een reverse-hybridisatie-assay die afgestemd is op populatie-specifieke mutaties in verschillende regio’s. De CF StripAssay® detecteert 34 meest voorkomende CFTR mutaties, zoals F508del, en de IVS8 varianten 5T/7T/9T. Daarnaast zijn ook de CF StripAssay®TUR en CF StripAssay®GER beschikbaar. TUR detecteert 24 meest voorkomende CFTR mutaties in Turkse populatie en GER detecteert 31 meest voorkomende CFTR mutaties in Duitse populatie. De StripAssay® wordt in drie stappen uitgevoerd:

  1. Amplificatie: multiplex PCR, gelijktijdige biotine-labeling
  2. Hybridisatie: direct op de StripAssay® test strips
  3. Identificatie: gelabelde producten gedetecteerd door streptavidin-alkalische fosfatase

Binnen de moleculaire diagnostiek zal vanaf 26 mei 2022 de nieuwe CD-IVDR regeling van kracht zijn.  Dit betekent dat onder andere alle moleculaire diagnostische testen moeten voldoen aan de nieuwe regelgeving en ‘home-brew’ kits niet meer zullen zijn toegestaan mits daar geen vergelijkbaar commercieel alternatief voor beschikbaar is. Niet alle producenten gaan voor alle testen mee met de nieuwe regelgeving waardoor bepaalde testen zoals CF niet meer verkrijgbaar zullen zijn. Voor  ViennaLab geldt dat nagenoeg alle testen zullen voldoen aan de nieuwe CE-IVDR regelgeving.  Dit is vanzelfsprekend ook voor de CF StripAssays ®. Mocht u hierover meer informatie over willen ontvangen gelieve contact op te nemen via  info@goffinmt.com.

Referenties:

[1]        H. Heijerman, “Expressie van het cystische-fibrose-gen in de longen,” 2004.

[2]        Nederlandse CF stichting, “CF: De basis – NCFS.” [Online]. Available: https://ncfs.nl/over-taaislijmziekte/cf-de-basis/. [Accessed: 22-Sep-2021].

[3]        S. VEM et al., “Role of inflammation and oxidative stress in tissue damage associated with cystic fibrosis: CAPE as a future therapeutic strategy,” Mol. Cell. Biochem., Sep. 2021.

[4]        M. Terzic, M. Jakimovska, S. Fustik, T. Jakovska, E. Sukarova-Stefanovska, and D. Plaseska-Karanfilska, “Cystic fibrosis mutation spectrum in north Macedonia: A step toward personalized therapy,” Balk. J. Med. Genet., vol. 22, no. 1, pp. 35–40, Aug. 2019.

[5]        A. M. M. Vernooij-Van Langen, J. G. Loeber, C. P. B. Van Der Ploeg, E. Dompeling, and J. E. Dankert-Roelse, “Stand van zaken Neonatale screening op cystische fibrose in Nederland*.”

Skip to toolbar